Elke bestuurder die de rijbaan volgt moet zo dicht mogelijk bij de rechterrand van die rijbaan blijven (...).
Speciaal voor ons motorrijders is er echter artikel 9.3.2. In afwijking van de verplichting zo dicht mogelijk bij de rechterrand van de rijbaan te blijven, bedoeld in 9.3.1, mag de bestuurder van een motorfiets op een rijbaan die niet verdeeld is in rijstroken zich over de ganse breedte begeven voor zover deze slechts opengesteld is in zijn rijrichting en op de helft van de breedte langs de rechterzijde indien de rijbaan opengesteld is in beide rijrichtingen. De bestuurder van een motorfiets mag zich op een rijbaan die verdeeld is in rijstroken over de ganse breedte van de rijstrook waarop hij rijdt, begeven. Het is het geheel van het voertuig, de bestuurder, de passagier en de lading die in aanmerking moeten worden genomen om de plaats van de motorfietser te bepalen.
De rijbewegingen door de bestuurder van een motorfiets uitgevoerd op het gedeelte van de rijbaan dat hij mag innemen, worden niet als manoeuvres zoals bedoeld in artikel 12.4 beschouwd en vereisen geen gebruik van de richtingaanwijzers.
De bestuurder mag echter niet de inhaalbewegingen hinderen waarmee achterliggers begonnen zijn.
En zelfs bij diegenen die op de hoogte zijn van bovenstaande wetgeving en bijhorende keuzevrijheid is het niet altijd even duidelijk wat nu juist de meest aangewezen plaats is: rechts, in het midden, links of daar ergens tussenin.
Basispositie
Op de tekening ziet men 3 motorrijders op de openbare weg. Wie rijdt er nu op de correcte plaats?
Om maar meteen met de deur in huis te vallen: de ideale positie van de individuele motorrijder is A, op 2/3 van de rechterkant van de rijstrook. Dit is ongeveer de plaats waar een bestuurder van een auto zich bevindt. Of wie het nog anders wil horen: tussen het midden en de uiterst linkse kant van je vak.
De redenen hiervoor zijn simpel: voor andere weggebruikers val je veel beter op en je eist meer de plaats op die je toekomt.
Wanneer je helemaal rechts rijdt, is bijvoorbeeld de kans op een onverwachte (en onvermijdelijke) confrontatie met een openslaand portier van een geparkeerd voertuig veel groter. En in het midden van een rijstrook ligt meestal allerhande vuil zoals kiezels, olie, glas, enz. die we om evidente redenen willen vermijden.
Ook op vlak van zien en gezien worden heeft onze ideale positie nut. De voorligger ziet jou gemakkelijker in zijn binnenspiegel en zelf heb je een beter overzicht. Rechts rijdend verdwijnt een motorrijder al gauw achter één van de stijlen van een auto. Ook achter een vrachtwagen zal je vlugger opgemerkt worden op de ideale plaats, op voorwaarde dat er genoeg afstand gehouden wordt tenminste. Achterop komende bestuurders daarentegen zijn dan weer veel meer geneigd je als minderwaardige verkeersdeelnemer te beschouwen en je het leven zuur te maken door bijvoorbeeld op dezelfde rijstrook in te halen. Op een weg zonder rijstroken blijf je dan ook best ongeveer de breedte van een auto innemen zodat er rechts nog steeds ruimte blijft om uit te wijken als een inhalend voertuig wat te snel terug naar zijn plaats wil. Je moet nog wel altijd rekening blijven houden met de tegenliggers die nog moeten kunnen passeren. Op een smalle weg kan je soms niet anders dan gewoon rechts rijden.

- plaats2.png (44.84 KiB) 15240 keer bekeken